Het Zomerakkoord 2018: wat moet je weten als boekhouder?

01 februari 2018 door Daan Weigand

het zomerakkoord 2018: wat u als boekhouder moet weten

Het fel besproken Zomerakkoord, dat sinds 1 januari 2018 zijn eerste concrete uitwerkingen kent, heeft belangrijke gevolgen voor startende en gevestigde zelfstandigen. Het volgende overzicht van de nieuwigheden helpt je alvast om je als boekhouder optimaal voor te bereiden.

De vennootschapsbelasting daalt

Beginnen doen we met de blikvanger van het akkoord: boekjaren die sinds 1 januari 2018 starten, worden niet meer belast aan de oude vennootschapsbelasting van 33,99% (incl. 3% crisisbijdrage). Vanaf 2018 gelden nieuwe tarieven:

 

In 2018 en 2019

Vanaf 2020

Nieuw basistarief

29,58%
(incl. 2% crisisbijdrage)

25%
(0% crisisbijdrage)

Nieuw verlaagd tarief

20,40%
(incl. 2% crisisbijdrage)

20%
(0% crisisbijdrage)

Voor wie?

Het nieuwe basistarief geldt voor de grote, financiële, beleggings- en dochtervennootschappen. Enkel kmo’s kunnen van het verlaagde tarief genieten, onder voorwaarden. Zo moet het minimumloon van minstens een van de bedrijfsleiders 45.000 euro bruto per jaar bedragen (vroeger: 36.000 euro). Alleen als de belastbare winst ook lager ligt dan 45.000 euro, mag het minimumloon lager liggen. Bovendien moet dat minimumloon minstens gelijk zijn aan de belastbare winst na loonaftrek.

Met het optrekken van de minimumbezoldiging van 36.000 naar 45.000 euro wil men vooral vermijden dat eenmanszaken te vroeg (enkel om fiscale redenen) naar een vennootschap omgeschakeld worden.

Wanneer van toepassing?

Loopt het boekjaar van je klant gelijk met het kalenderjaar, dan gelden de nieuwe tarieven nu al. Start het boekjaar van je klant later, bijvoorbeeld op 1 september 2018, dan betaalt hij of zij nog tot en met 31 augustus 2018 de oude vennootschapsbelasting. Kmo’s die nog geen 4 jaar bestaan én geen oude activiteit verderzetten, moeten de komende 4 jaar geen minimumloon van 45.000 euro bruto uitkeren.

Gevolgen voor de Individuele Pensioentoezegging (IPT)

Het nadeel van het optrekken van de bezoldiging naar 45.000 euro is dat de belastingdruk mee stijgt. Pluspunt is dan weer dat de vennootschap van je klant een hogere premie in de IPT mag storten (waarop de vennootschap wel iets minder fiscaal voordeel geniet door de verlaagde tarieven. Hier lees je meer.


Hoger spaarplafond voor klassiek pensioensparen

Voortaan zijn er twee spaarformules voor het klassiek pensioensparen. Vroeger kon je klant tot 960 euro storten aan een belastingvermindering van 30%. Vanaf 2018 mag hij of zij tot 1.230 euro sparen, aan een verlaagd belastingvoordeel van 25%. Je klant kan dus meer aan de kant zetten, maar betaalt dan ook meer belastingen.

In deze blogpost lees je meer over de impact van het akkoord op het pensioen van je klant >

Voor wie?

Het nieuwe basistarief geldt voor grote, financiële, beleggings- en dochtervennootschappen. Enkel kmo’s kunnen van het verlaagde tarief genieten, onder voorwaarden. Zo moet het minimumloon van minstens een van de bedrijfsleiders 45.000 euro bruto per jaar bedragen (vroeger: 36.000 euro). Alleen als de belastbare winst ook lager ligt dan 45.000 euro, mag het minimumloon lager liggen. Daarnaast moet de minimumbezoldiging minstens gelijk blijven aan de belastbare winst na loonaftrek.

Gevolgen voor de Individuele Pensioentoezegging (IPT)

Het nadeel van het optrekken van de bezoldiging naar 45.000 euro is dat de belastingdruk mee stijgt. Pluspunt is dan weer dat de vennootschap van je klant een hogere premie in de IPT mag storten (waarop de vennootschap wel iets minder fiscaal voordeel geniet door de verlaagde tarieven).

Ter info: volgens de huidige 80%-regel mag de som van het wettelijk en aanvullend pensioen van je klant niet meer bedragen dan 80% van zijn of haar laatste bruto jaarloon. Trekt je klant dat op naar 45.000 euro, dan komt er aanzienlijk meer ruimte vrij om aan aanvullend pensioensparen te doen.


Starterskorting op sociale bijdragen

De minimumkwartaalbijdrage die starters aan een sociaal verzekeringsfonds betalen bedraagt 20,5% op hun netto belastbaar jaarinkomen. Concreet is dat meestal 715,64 euro per kwartaal, geraamd op een jaarinkomen van 13.550,50 euro. Ook bij een lager inkomen betalen zij dezelfde minimumbijdrage.

Om starters financieel wat meer ademruimte te geven, werd in het Zomerakkoord beslist om op de sociale bijdragen starterskortingen te introduceren die vanaf 1 april 2018 gelden:

Voor wie?

De starterskorting geldt voor iedereen die vanaf 1 april 2018 start in hoofdberoep (en voor bijberoepers of student-zelfstandigen die overschakelen naar hoofdberoep). Een extra voorwaarde is dat de starter in de loop van de vorige 5 jaar geen zelfstandige in hoofdberoep was. 

Jaarinkomen

Sociale bijdrage per kwartaal

Lager dan 6.997,55 euro

369,56 euro

Tussen de 6.997,55 euro en 9.033,67 euro

477,10 euro

Meer dan 9.033,67 euro

715,64 euro (geen korting meer)

Is de starter al begonnen vóór 1 april, maar bevindt hij of zij zich binnen de eerste 4 kwartalen van de aansluiting? Ook dan geldt de korting van 1 april tot en met het 4e kwartaal van zijn of haar aansluiting.

Opgelet: deze maatregel is goedgekeurd, maar nog niet officieel in een wet gegoten. Hier lees je de nieuwste wetgeving over de starterskorting


Nieuwe inkomensdrempels voor vermindering op sociale bijdragen

Als je voor een zelfstandige in hoofdberoep een vermindering van de voorlopige sociale bijdragen wou aanvragen, dan had je tot eind 2017 de keuze tussen twee inkomensdrempels: 13.296,25 euro of 26.592,49 euro. Om de voorlopige sociale bijdragen beter op het inkomen af te stemmen, werden 4 nieuwe drempels geïntroduceerd:

Huidige verminderingsdrempels

Verminderingsdrempels vanaf 2018

EUR 13.296,25

EUR 13.550,50

 

EUR 17.072,56

 

EUR 21.510,08

EUR 26.592,49

EUR 27.101,00

 

EUR 38.326,61

 

EUR 54.202,01


Meer fiscale voordelen voor eenmanszaken

Ten slotte worden de zaakvoerder van een eenmanszaak en de bedrijfsleider van een vennootschap dankzij deze maatregelen fiscaal meer gelijkgesteld :

  • Aftrekbaarheid van autokosten: autokosten voor zelfstandigen met een eenmanszaak zijn voortaan in de personenbelasting aftrekbaar in functie van hun CO2-uitstoot.
  • Kostenforfait voor winsten: vanaf aanslagjaar 2019 krijgt de zelfstandige met winsten de keuze tussen werkelijke of forfaitaire beroepskosten. Hij of zij zal recht hebben op hetzelfde kostenforfait als werknemers: 30% van de bruto-inkomsten (tot maximaal 2.950 euro). Opgelet: deze maatregel is nog niet officieel in een wet gegoten.
  • Daling van taks op stopzettingsmeerwaarden: vanaf het aanslagjaar 2019 daalt de heffing op meerwaarden bij de stopzetting van een eenmanszaak op een ‘gunstig moment’ (vanaf de leeftijd van 60 jaar, een overlijden of een gedwongen stopzetting …) naar 10%.
  • Tijdelijke stijging van investeringsaftrek: tot en met 2017 kon je voor je klant een investering in afschrijfbare activa voor 8% aftrekken. In 2018 en 2019 wordt dit voordeel opgetrokken tot 20% voor eenmanszaken en kmo’s. In 2020 daalt ze opnieuw naar 8%.


Vragen of op zoek naar meer info?

Neem vrijblijvend contact op met onze experten. Zij helpen je graag op weg!

Daan Weigand

Geschreven door Daan Weigand

Daan heeft 9 jaar ervaring in de verzekeringssector, waarvan 4 bij Xerius. Dagelijks adviseert en begeleidt hij ondernemers bij de opbouw van hun aanvullend pensioen.

Ontvang wekelijks een blogupdate

Reageer op dit artikel


Dit artikel gebruiken op je eigen website? Lees hier de voorwaarden.

Een goed idee voor een blogartikel? Laat het ons weten via communicatie@xerius.be of meld je aan als guestblogger