<img height="1" width="1" style="display:none" src="https://www.facebook.com/tr?id=1807140382886183&amp;ev=PageView&amp;noscript=1">
Aanmelden Xerius Drive >

Het Zomerakkoord: wat is de impact op je (aanvullend) pensioen?

01 februari 2018 door Daan Weigand

Het Zomerakkoord: wat is de impact op je (aanvullend) pensioen?

Het heeft bloed, zweet en tranen gekost, maar sinds 1 januari 2018 is het Zomerakkoord een feit. Dit pakket aan hervormingen heeft ook gevolgen voor je (aanvullend) pensioen. Een overzicht.

Hoger spaarplafond voor klassiek pensioensparen

Vanaf 2018 heb je de keuze uit twee formules voor je klassiek pensioensparen: je kan tot maximaal 960 euro sparen aan een belastingvermindering van 30%, of tussen de 961 en 1.230 euro apart zetten aan een verlaagd voordeel van 25%. Je kan dus meer sparen, maar betaalt dan ook meer belastingen.

Wat is het voordeligst?

Tenzij je erg zwaar belast wordt, is het voorlopig niet interessant om voor het nieuwe stelsel te kiezen. Als je tussen de 961 en 1.151 euro stort, geniet je bijvoorbeeld nog minder fiscaal voordeel dan wanneer je 960 euro stort. Deze tabel maakt dit duidelijk:

  Gekozen bedrag Belastingsvoordeel Je krijgt terug:
Huidig stelsel (tot 960 euro) Bv. 960 euro 30% 288 euro
Nieuwe stelsel (tot 1.230 euro) Bv. 961 euro 25% 240,25 euro
  Bv. 1.151 euro 25% 287,25 euro

Wat als je maximaal stort?

Als je per jaar 1.230 euro stort, lijkt je voordeel het grootst: dan krijg je 307,50 euro (1.230 x 25%) terug, 19,50 euro meer dan bij een storting van 960 euro. Maar let op: je zal ook meer belastingen betalen wanneer je pensioneert. Je betaalt namelijk 8% op het verschil van 1.230 euro en 960 euro, of dus 22 euro extra. Met andere woorden: je voordeel verdwijnt. Een reden te meer om voorlopig het oude stelsel te kiezen.

Opgelet: deze maatregel is goedgekeurd, maar nog niet officieel in een wet gegoten. Hou de Xerius-blog in de gaten om als zelfstandige van de nieuwste wetgeving en trends op de hoogte te blijven.

Wist je trouwens dat je als zelfstandige beter voor een VAPZ kiest, in de plaats van het klassieke pensioensparen? Je besparing kan dubbel zo groot zijn.


Lagere vennootschapsbelasting

Ongetwijfeld dé blikvanger van het akkoord: de verlaging van de vennootschapsbelasting. Sinds 1 januari 2018 bedraagt die niet langer 33,99% (incl. 3% crisisbijdrage), maar gelden er nieuwe tarieven:

 

In 2018 en 2019

Vanaf 2020

Nieuw basistarief

29,58% (incl. 2% crisisbijdrage)

25% (0% crisisbijdrage)

Nieuw verlaagd tarief

20,40% (incl. 2% crisisbijdrage)

20% (0% crisisbijdrage)

Voor wie?

Het nieuwe basistarief geldt voor grote, financiële, beleggings- en dochtervennootschappen. Enkel kmo’s kunnen van het verlaagde tarief genieten, onder voorwaarden. Zo moet het minimumloon van minstens een van de bedrijfsleiders 45.000 euro bruto per jaar bedragen (vroeger: 36.000 euro). Alleen als de belastbare winst ook lager ligt dan 45.000 euro, mag het minimumloon lager liggen. Daarnaast moet de minimumbezoldiging minstens gelijk blijven aan de belastbare winst na loonaftrek.

Gevolgen voor de Individuele Pensioentoezegging (IPT)

Het nadeel van het optrekken van je bezoldiging naar 45.000 euro is dat de belastingdruk mee stijgt. Pluspunt is dan weer dat je vennootschap een hogere premie in je IPT mag storten (waarop je wel iets minder fiscaal voordeel geniet door de verlaagde tarieven). Desalniettemin blijft deze loonsverhoging een interessante optie om je aanvullend pensioen verder op te bouwen.

Volgens de 80%-regel mag de som van je wettelijk en aanvullend pensioen immers niet meer bedragen dan 80% van je laatste bruto jaarloon. Trek je dat op naar 45.000 euro, dan komt er dus aanzienlijk meer ruimte vrij om aan aanvullend pensioensparen te doen.

Ontdek hier de voordelen van de Individuele Pensioentoezegging (IPT) >


Verdubbeling van de Wijninckx-bijdrage

Jaarlijks kan je tot een bepaald bedrag premies storten in je aanvullend pensioen (VAPZ, IPT, groepsverzekering …). Overschrijd je die grens, dan betaal je – in de 2e helft van het jaar erop – een belasting op het teveel aan premies: de zogeheten ‘Wijninckx-bijdrage’. In 2017 bedroeg het drempelbedrag 31.836 euro en de bijdrage 1,5%. Vanaf 2018 is dat respectievelijk 32.472 euro en 3%.

Een voorbeeld: in 2017 heb je 35.000 euro gestort in je aanvullend pensioen. In de 2e helft van 2018 ben je dan een Wijninckx-bijdrage verschuldigd van 75,84 euro. Je trekt namelijk eerst 32.472 van 35.000 af, en betaalt dan 3% (tarief vanaf 2018) op het verschil tussen die bedragen (2.528 euro).


Vragen of meer info nodig?

Maak een afspraak met een van onze pensioenadviseurs. Hij of zij staat je graag met raad en daad bij.

 

Daan Weigand

Geschreven door Daan Weigand

Daan heeft 9 jaar ervaring in de verzekeringssector, waarvan 4 bij Xerius. Dagelijks adviseert en begeleidt hij ondernemers bij de opbouw van hun aanvullend pensioen.

Ontvang wekelijks een blogupdate

Reageer op dit artikel


Dit artikel gebruiken op je eigen website? Lees hier de voorwaarden.

Een goed idee voor een blogartikel? Laat het ons weten via communicatie@xerius.be of meld je aan als guestblogger