Vermijd de herziening van sociale bijdragen voor gepensioneerde klanten

12 oktober 2016 door Danny De Pourcq

vermijden-herziening-sociale-bijdragen

Tussen de betaling van de voorlopige sociale bijdragen en de aanpassing ervan (bijbetalen of terugkrijgen) zit ongeveer twee jaar. Een logisch gevolg van die regeling is dat ook gepensioneerde ondernemers nog herzieningen kunnen ontvangen. Vervelend, zeker als het om een bijbetaling gaat. Gelukkig is er een manier om dit te voorkomen: de aanvraag tot niet-regularisatie. Maak je daar tijdig werk van, dan bespaar je je klant een aardige som geld.

Hoeveel sociale bijdragen een zelfstandige betaalt, is deels afhankelijk van hoe gesmeerd de zaken lopen. Voor een stuk heeft hij het zelf in de hand: het voorlopige bedrag dat een sociaal verzekeringsfonds voorstelt, kan hij of zij gewoon betalen, of laten verlagen of verhogen.

Lees meer over het betalen, verlagen of verhogen van sociale bijdragen.

Wat je klant uiteindelijk te veel betaalde, krijgt hij terug. Betaalde hij te weinig, dan moet hij bijpassen. Dat laatste kan als een onaangename verrassing komen als je klant intussen geniet van welverdiende pensioenrust. Om dit te vermijden, kan je vragen om na het pensioen geen regularisaties meer te betalen.

Wanneer is een niet-regularisatie interessant?

Er zijn twee mogelijke scenario’s:

  1. Het werkelijke inkomen is hoger dan het bedrag waarop de bijdragen werden berekend. In dit geval zorgt een aanvraag tot niet-regularisatie ervoor dat je klant niet moet bijpassen. Hoewel het betalen van zo’n bijdragesupplement in principe de pensioenuitkering zou kunnen verhogen – omdat het pensioen deels wordt bepaald door de inkomsten waarop de sociale bijdragen werden berekend – weegt dit niet op tegen de mogelijke besparingen. Ons voorbeeld onderaan toont dat glashelder aan.

  2. Het werkelijke inkomen is lager dan het bedrag waarop de bijdragen werden berekend. In dit geval moet je niets doen. De sociale bijdragen worden definitief berekend op het lagere inkomen van het jaar zelf en je klant krijgt het verschil terugbetaald. In dit scenario daalt pensioenuitkering wel wat, maar die impact is beperkt.

Het komt er dus op aan om op het einde van de loopbaan van je klant het inkomen zo correct mogelijk in te schatten, en indien nodig tijdig een aanvraag tot niet-regularisatie in te dienen.

Wat zijn de voorwaarden?

Om voor een aanvraag tot niet-regularisatie in aanmerking te komen, gelden vier voorwaarden:

  • De klant gaat ten laatste op 1 januari 2019 met pensioen.
  • De zelfstandige activiteit wordt volledig stopgezet en dit uiterlijk op de datum van de pensionering. Ook een beëindigde aansluiting omwille van een onbezoldigd mandaat voldoet aan deze voorwaarde.
  • De aanvraag is enkel van toepassing voor het jaar waarin het pensioen ingaat en voor de drie voorafgaande jaren vanaf 2015 (die op dat moment nog niet geregulariseerd zijn).
  • De aanvraag tot niet-regularisatie moet uiterlijk op de ingangsdatum van het pensioen ingediend worden. De aanvraag moet aangetekend verstuurd worden of persoonlijk afgegeven worden bij het sociaal verzekeringsfonds.

Een voorbeeld

Frank gaat op 1 januari 2018 met pensioen en zet zijn zelfstandige activiteit volledig stop. Hij kan een aanvraag tot niet-regularisatie indienen voor de jaren 2015, 2016 en 2017. Tijdens die jaren neemt hij een inkomen van 30.000 euro uit zijn vennootschap op. In de jaren ervoor was dit telkens 20.000 euro. We gieten het in een overzicht:

Tabel_pensioen_aanvraag.png

Het is meteen duidelijk: Frank heeft er alle belang bij om een aanvraag tot niet-regularisatie in te dienen, want hij bespaart drie jaar op rij een stevige 2.200 euro aan sociale bijdragen. Het supplement betalen, zou hem jaarlijks amper 85 euro meer pensioen opleveren. Of zelfs geen eurocent meer als hij recht heeft op het minimumpensioen. Het bijdragesupplement weegt dus zeker niet op tegen de eventuele opbrengst.

Wanneer kan je klant met pensioen?

Wil je het pensioen van je klant alvast voorbereiden? In onderstaande tabel ontdek je snel vanaf wanneer hij of zij ten vroegste met pensioen kan gaan. Een pensioenadviseur van Xerius kan je hierbij helpen.

    2016 2017 2018 2019
Gewone regeling Leeftijd Loopbaan 62
40
62,5
41
63
41
63
42
Lange loopbaan 60 j. Leeftijd Loopbaan 60
42
60
43
60
43
60
44
Lange loopbaan 61 j. Leeftijd Loopbaan  61
41
61
42
61
42
61
43
Danny De Pourcq

Geschreven door Danny De Pourcq

Danny De Pourcq werkt al 25 jaar als regioverantwoordelijke bij Xerius. Dankzij zijn dagelijks contact met boekhouders en ondernemers is Danny een expert in sociale bijdragen en de opstartformaliteiten van een zelfstandige.

Download je infographic

Ontvang wekelijks een blogupdate

Reageer op dit artikel


Dit artikel gebruiken op je eigen website? Lees hier de voorwaarden.

Een goed idee voor een blogartikel? Laat het ons weten via communicatie@xerius.be of meld je aan als guestblogger